Copyright © 2010 Uitgeverij Edu’ Actief b.v.
 
 
Home|Reisinformatie|Inchecken|Reserveren|Vraag en antwoord
Vraag en antwoord

Vraag: Wat zijn de faciliteiten die een leerling nodig heeft bij een opdracht?
De leerlingen hebben bij elke opdracht een computer met internetverbinding en een printer nodig. Bij sommige opdrachten is een foto- en/of filmcamera gewenst. Er zijn enkele opdrachten waarbij ook materiaal als gekleurd papier, een wereldkaart of iets anders nodig is. Dit staat beschreven in de docentenhandleiding.
Vraag: Wat is de voorbereidingstijd voor de docent?
De docent moet altijd de docentenhandleiding en het leerlingendeel van Toerticket doorlezen. Een wekelijks contactmoment met de leerling is van belang bij Toerticket. Verder is Toerticket een zelfstandig uit te voeren opdrachtencyclus. Bij bepaalde opdrachten zou de docent wel alvast collega’s warm kunnen maken of kunnen informeren over het feit dat er leerlingen langs kunnen komen om onderdelen van de opdracht uit te voeren.
Vraag: Is de voorbereidingstijd per Toerticket voor de docent ook uit te drukken in uren?
De allereerste opdracht die een docent gaat behandelen, is de opdracht die de meeste voorbereidingstijd inneemt. Dit omdat het nieuwe materie is. Het voordeel van de volgende opdrachten is dat alles op dezelfde manier is opgebouwd waardoor de docent sneller door de stof heen leest. De eerste opdracht zal qua voorbereidingstijd ongeveer 40-60 minuten leestijd in beslag nemen om de opdracht en het eindproduct te kunnen visualiseren. De volgende opdrachten zullen qua voorbereiding maximaal een half uur innemen. De voorbereiding zou zelfs plaats kunnen vinden wanneer de leerlingen zich aan het voorbereiden zijn op een praktijkles of als ze zich aan het omkleden zijn voor een praktijkles.
Vraag: Moet je alle Toertickets behandelen?
Toerticket is ter oriëntatie op de sector toerisme en recreatie binnen het mbo. Een leerling die ervan overtuigd is dat hij een vervolgopleiding gaat doen binnen het mbo zal meer opdrachten kunnen maken dan een leerling die zich niet specifiek oriënteert op de sectoren Toerisme en Recreatie. Het gaat erom dat een leerling zelf kan kiezen. Net als bij competentiegericht onderwijs staat ook bij Toerticket de leerling centraal. Leren op maat en leren door doen, in en vanuit de beroepscontext.
Vraag: Hoe kan Toerticket ingezet worden naast de methode Tendens HTV
Toerticket is een extra onderdeel dat ingezet kan worden naast de methode Tendens HTV. Er wordt extra ingegaan op het aspect toerisme en recreatie en het zelfstandig werken. Voor elke opdracht is een tijdsperiode aangegeven. Zijn er niet genoeg theorie-uren op school beschikbaar, dan is deze opdracht ook als huiswerk goed uit te voeren. Belangrijk is wel het contactmoment met de docent. Hier valt en staat het slagen van de opdracht mee.
Vraag: Voor de methode Tendens HTV staat gemiddeld 12 uur. Wij hebben niet meer uren beschikbaar. Hoe kunnen we toch gebruikmaken van Toerticket?
Wanneer een docent met de methode Tendens HTV werkt en de werkplekkenstructuur hanteert, dan ontkomt de docent er niet aan dat de leerlingen een bepaalde mate van zelfstandigheid in hun werkzaamheden hebben. Huiswerk, toetsen plannen en maken, gebeurt dan niet meer klassikaal. De volgende verdeling zou mogelijk zijn: 4 lesuren bakken, 4 lesuren koken, 4 uren gastheer (inclusief theorie en toerisme). Ook tijdens de praktijklessen zijn er vaak loze uren (denk aan rijstijden) waarin er gewerkt kan worden aan Toerticket.
Er is echter wel een valkuil. Wanneer er drie leerlingen aan het werk zijn met een Toerticket-opdracht, één leerling staat te bakken, de andere staat te koken en weer een ander staat te serveren, dan is er geen mogelijkheid waarop de loze momenten tijdens de praktijklessen nuttig ingevuld kunnen worden. Een ander optie is dan:
4 uur bakken, 4 uur koken en 2 uur serveertheorie en 2 uur toerisme per week. KB-leerlingen hebben 12 uur BGV (BB-leerlingen ongeveer 15 uur). Dit houdt dan in dat KB-leerlingen het vaktheoriegedeelte als huiswerk thuis moeten doen of tijdens de rijsperioden in de bakles. Ook één uur toerisme hoort dan bij het thuiswerk. Hierdoor wordt meteen duidelijk of de teams een werkverdeling kunnen maken en zich hieraan kunnen houden. De BB-leerlingen hebben nog wat uren extra die gebruikt zouden kunnen worden om het vaktheoriehuiswerk te maken. Het uurtje toerisme is ook voor deze leerlingen huiswerk.

Dan is er nog een derde mogelijkheid. Per rapportperiode heeft een leerling ongeveer 11-12 weken praktijklessen (meestal 4 x bakken, 4 x koken en 4 x serveren/theorie). Je zou in deze periode bijvoorbeeld week 2 en 8 geen baklessen kunnen in roosteren, week 4 en 10 geen kooklessen en elke week een uur minder serveren. Op deze manier zijn de teams wekelijks met toerisme aan de slag. Op die manier blijft er nog steeds weinig huiswerk over, maar blijft wel de continuïteit en de druk op de ketel. De materie verwatert niet en de docent kan er zicht op houden. De herhalingshandelingen in de praktijklessen moeten in dit geval ook geen problemen opleveren.

Natuurlijk zijn er nog wel meer mogelijkheden denkbaar zoals vragen aan de directie om structureel een uur extra per week in te plannen of van Toerticket een schoolbreed competentiegericht project te maken waarbij de HTV-leerlingen bijvoorbeeld de voorzittersrol innemen.
 
Last minute
Inchecken